De Balk op tafel in Paradiso
Afbeelding

Terug van 40 jaar weggeweest

Het feest der herkenning: na veertig jaar afwezigheid was op 5 december De Balk weer present op de Beurs van Bijzondere Uitgevers in een sfeervol Paradiso. De uitgevers waren in twee groepen gesplitst, zodat de kleine, sorry, bijzondere uitgevers meer afstand van elkaar konden houden. Teveel uitgevers dicht op elkaar is vragen om problemen.

De Balk bracht voor de gelegenheid een herdruk van nummer 6 en nummer 10 mee naar de beurs en nummer 11 lag op tafel, welke editie eenmalig in een oplage van 1 (één) op de beurs te vinden was. Eenvoudig op anderhalve meter te lezen, want op A2-formaat. En in, of beter gezegd óp dat nummer dan weer twee uitgaven uit 1981 en 1982… die 40 jaar geleden ook al te koop waren, toen het nog de Beurs van Kleine Uitgevers was. Overigens op exact dezelfde plek op het eerste balkon. Naar de eerdere edities gemeten was het rustig dit jaar, toch werden er bovenverwachting veel Balken verkocht. De beurs bood de laatste kans om een exemplaar aan te schaffen, alle nummers zijn sinds de beurs uitverkocht en worden niet meer herdrukt.

I-balken door André Volten, Sloterpark Amsterdam
Afbeelding

Ha, balken!

In het Julianapark in Hoorn staat in een hoekje bij de ingang een beeld van André Volten, volgens het bordje getiteld H-Balken (2001). Hé, dat deed meteen denken aan een beeld dat vroeger regelmatig werd tegengekomen in het Sloterpark in Amsterdam, maar dan in een verkleinde versie. Dus maar weer eens langs dat beeld van aan elkaar gelaste balken in Amsterdam Nieuw-West gefietst, en inderdaad, ze zijn wat vorm betreft identiek. Links het origineel in het Sloterpark, rechts de kopie in Hoorn (die is ongeveer de helft in grootte).

I-balken Sloterpark AmsterdamH-balken door André Volten, Julianapark, Hoorn

De staalplastiek in Amsterdam maakte Volten in 1968 en is getiteld I-Balken (DIN30). Hij was oorspronkelijk lasser bij de NDSM in Amsterdam Noord en zijn vroege werk in de jaren zestig bestond vaak uit ijzeren balken met een I, H of T-vormig profiel. De Balk ziet toch eerder een H dan een I aan het eind van deze balken. Het lijkt erop dat er kort voor het overlijden van Volten (in 2002) een kleinere versie van is gemaakt voor het park in Hoorn. In Amsterdam wilde de gemeente het ooit op een marmeren sokkel plaatsen, maar dat vond Volten maar geldverspilling.

Het werk van Volten staat op 21 plekken in Amsterdam (het wordt tijd voor een route). Ook wie nog nooit van hem heeft gehoord zal wel eens een beeld van hem zijn tegengekomen, zoals de ring voor het stadhuis, de knoop aan het IJ in Noord of het monument voor Antony Winkler Prins (van de encyclopedie) op het Frederik Hendrikplein. Die laatste wordt ook ‘de knakenpaal’ genoemd, omdat het kunstwerk op een stapeling munten lijkt. (De knaak was vroeger een bijnaam van de rijksdaalder, het twee-en-een-half guldenstuk).

Sieranker en twee muurankers
Afbeelding

Muuranker speelt vals

Drie muurankers? Nee, twee, want eentje doet alsof. Muurankers verbinden een muur met een achterliggende balk, zodat de muur niet kan uitknikken, zoals dat heet. Je ziet het voor je.

Muurankers worden al een kleine eeuw niet meer gebruikt, dus je hebt een oud pand nodig (soms ook een brug) om ze tegen te komen. Wie zijn huis wat ouder wil laten lijken kan een zogenaamd sieranker kopen, maar dan is het wel zaak deze op een plausibele plek te hangen en niet zomaar ergens op de muur of boven de deur. Wat meteen opvalt is dat de zogeheten veer ontbreekt, dat is de pin in het midden die door de muur gaat. Het anker op de middelste afbeelding is te vinden op de redactielocatie, maar de rechter is pas echt oud: meer dan 400 jaar. Interessant is dat de bakstenen achter de ankers net zo goed een weerslag van de ouderdom vormen.

Recensie: De Balk 8 in De Volkskrant

door Paul Onkenhout

Het onregelmatig verschijnende en ook anderszins nogal verwarrende tijdschrift De Balk wordt mede mogelijk gemaakt door het Pieter Stapelfonds. Dat is een fonds ‘voor de cruciale media’. Een keurig logo verbeeldt twee mensen die elkaar een hand geven.

Op debalk.online is meer informatie te vinden over het Pieter Stapelfonds. Het blijkt te gaan om een ‘fictief steunfonds voor non-fictie’.

Bij De Balk is lang niet alles wat het lijkt. Het blad is bijvoorbeeld ‘desheroriënterend sinds 1976’. Na vijf nummers was het afgelopen, in 1977 al, waarna De Balk een online rentree beleefde en vorig jaar weer op papier verscheen – een heel goede zaak.

Aan het roer staat nog steeds Dr. X. Hij omschrijft zichzelf als ‘begin- en eindredacteur’. Waarom De Balk De Balk heet, is niet duidelijk. Vanwege de onvoorspelbaarheid, de fraaie vormgeving en de ruime aandacht voor typografie en lettertypen doet het blad denken aan Furore, de elegante speeltuin van grafisch ontwerper Piet Schreuders. Ook Furore werd voor het eerst in de jaren zeventig uitgegeven (1975), verschijnt onregelmatig en kan gerust desheroriënterend worden genoemd.

Het is vast geen toeval dat een van de ingezonden brieven in het achtste nummer uit de 45ste jaargang van De Balk van Schreuders is. Hij complimenteert de redactie met nummer 7 en stuurde als dank een foto mee van een koppeling voor een slang met de tekst ‘Zuigleiding Vetafscheider’.

In de rubriek ‘Ontwerp ontleed’ schrijft iemand, X. zelf waarschijnlijk, over de vormgeving van alledaagse dingen. Deze keer is dat onder meer de met oude kranten bedrukte friteszak/patatzak die tegenwoordig overal in Nederland in de horeca wordt gebruikt.

Het oorspronkelijke stuk op de zak is overgenomen uit Le Monde en het logo van de krant werd vervangen door het woord ‘Frites’, ‘gezet in een opgerekte versie van het font Catull’. Voor de friteszak werden ook artikelen uit Le National gebruikt, en advertenties uit waarschijnlijk de Los Angeles Times of de San Francisco Chronicle. Goed dat dit eens is uitgezocht.

Op de achterpagina staat een stuk over de Logavist Super-Trafo, een apparaat om dia’s te bekijken. Hier valt vooral de zin ‘Punt is alleen dat ik geen dia’s heb (ook nooit gehad), dus wat moet je er dan mee’ op, en de naam van de auteur: reeds genoemde Pieter Stapel.

Als De Balk niet al 45 jaar zou bestaan, zou het een grote aanwinst in het segment desheroriënterende bladen kunnen worden genoemd.

Wapen Medemblik op Zuiderspuihuisje
Afbeelding

Meerpaal

Een gouden baan in het midden van een zwart vlak, dat is het opvallend simpele wapen van Medemblik. Nee, zegt een bordje op de gevel, het is een balk:

Tekstbordje monument
…de balk…

Aangenaam verrast over deze balk in de directe nabijheid van het nieuwe redactielokaal, toch maar even op Wikipedia opgezocht wat dit wapen betekent:

Het schild

Sabel betekent in de heraldiek zwart, een pal is een verticale baan in het midden van het schild. Deze pal is vergelijkbaar met een meerpaal en deze is van goud. Dit betekent meestal dat het om een nederzetting aan een rivier gaat. Vergelijkbare wapens zijn die van Amsterdam, Rotterdam en Dordrecht.

Balck

Nog een balk in de buurt: ‘huys in den bewerkten balck’ (houtbewerking), waarvan het kozijn grappig genoeg zelf een verrotte balk heeft die nodig vervangen moet worden:

In den bewerckten balck
Bewerkte balk