Dit werd in de boekhandel een boekloopkaart genoemd. Het is niet duidelijk waarom, de officiële benaming was een herbevoorradingskaart. Het was een eerste vorm van automatisering van de logistiek middels ponskaarten.

Omslag Biesheuvel - De Verpletterende werkelijkheid

Deze kaart uit het boek De verpletterende werkelijkheid van Maarten Biesheuvel uit 1979 werd meegeleverd door het Uitgevers Distributie Centrum (UDC), een alternatief voor het Centraal Boekhuis (CB), opgericht door enkele uitgeverijen die het CB te duur vonden, waaronder Meulenhoff, die Biesheuvel uitgaf.

Ponskaarten werden in de computer ingelezen door kaartlezers, met honderden of duizenden kaarten per minuut. Kleine mechanische imperfecties van de kaarten (vouwtjes, hoekjes) konden tot vastlopen en gegevensverlies leiden. Ook de girodienst gebruikte ponskaarten voor de overschrijvingen. Je kon ze ook gebruiken voor korte mededelingen aan de ontvanger, aangezien de kaarten enige tijd werden meegestuurd met het dagafschrift aan de ontvanger. De kartonnen ponskaart heeft het bij de girodienst tot 1981 uitgehouden. Toen werden de ponsgaten vervangen door extra duidelijke, in een speciaal font geprinte tekens, die met OCR (optisch) leesbaar zijn. In de boekenbranche kwamen kaarten met een EAN-streepjescode. Tegenwoordig wordt de op de boeken afgedrukte EAN code gebruikt, of een aangebrachte sticker.

Hollerithkaart

Een standaard ponskaart of hollerith-kaart (genoemd naar Herman Hollerith) heeft genormaliseerde afmetingen en bestaat uit 80 kolommen van 12 rijen en kan per kolom 1 teken bevatten. De informatie werd in de kaart aangebracht door in een of meer rijen van een kolom een klein rechthoekig gaatje te ponsen. Zulke gaatjes konden aanvankelijk mechanisch en later ook optisch worden gedetecteerd. De girodienst en de boekenbranche gebruikten een kleiner type kaart van slechts 51 kolommen. De kaarten werden met 80 kolommen geproduceerd, maar een deel van de kaart (de souche) werd er door de rekeninghouder danwel boekverkoper afgescheurd voor diens eigen administratie.

De boekloopkaart kon naar de distributeur worden opgestuurd met een nieuwe bestelling, die met een zwart potlood werd ingevuld in twee kolommen (niets invullen betekende één exemplaar). Gebeurde dat niet goed of precies genoeg dan kon het zomaar gebeuren dat je niet de drie bestelde exemplaren binnen kreeg maar 13, of 33. Deze vakjes werden namelijk gelezen alsof het ponsgaatjes waren, het bestellen van meerdere exemplaren was dus een precies werkje.

Bestellingen konden overigens al snel via een speciaal apparaatje telefonisch worden doorgegeven, waardoor het aantal fouten drastisch verminderde. Van de informatie op de kaart was voor de klant de prijs van het boek het belangrijkste. Op de kaart stonden naast het ISBN en ordernummer ook de UGI-code, de Uniforme Genre Indeling en het klantnummer bij het CB, dat door alle uitgevers en distributeurs werd gebruikt. Voor de titel waren maar 20 posities beschikbaar, dus die werd vrijwel altijd ingekort. Het UDC propte er ook nog een verkorte code voor de uitgever in (MN=Meulenhoff). De linkerhoek van de kaart was schuin afgesneden, daaraan kon je zien of er geen kaarten verkeerd in een stapel zaten. De gaatjes in de kaart gingen dwars door de tekst.